De basis is eenvoudig. Kies een positie waarin je je goed voelt. Let erop dat je ruggengraat mooi recht is. Je kunt je neerleggen, je kunt plaatsnemen op een stoel of je kunt op de grond zitten, bijvoorbeeld in kleermakerszit. Plaats je handen zodanig dat je je op je gemak voelt. Je kunt ze bijvoorbeeld plat op je knieën leggen. Concentreer je nu op je ademhaling zonder die aan te passen. Probeer niet sneller of trager te ademen, maar richt je aandacht op elke in- en uitademing.
Deze strategie helpt je om je meer bewust te maken van je eigen lichaam. Concentreer je op de lucht rondom je neus, voel die binnendringen tot in je longen. Doe dezelfde oefening in omgekeerde zin terwijl je uitademt. Tracht elke inademing en elke uitademing intens te ervaren.
Het is onvermijdelijk, zeker in het begin, dat er ook andere gedachten opborrelen. Dat is niet erg. Bij mindfulness gaat het erom dat je oog hebt voor de evolutie van je gedachten en dat je erkent dat er een proces op gang komt. Houd die gedachten niet vast, maar keer terug naar de oefening. Neem je tijd om je opnieuw te concentreren op je ademhaling. Zonder schuldgevoel, zonder kritiek. Je kunt zelfs een innerlijke glimlach opwekken.